Actieregellijst
In het tabblad Lijst kunt u actieregels toevoegen, bewerken, inschakelen, uitschakelen en verwijderen. Surveillance Station gebruikt twee soorten regels om verschillende surveillancefuncties te automatiseren: geactiveerde en geplande regels. Geactiveerde actieregels worden uitgevoerd als zich bepaalde gebeurtenisvoorwaarden voordoen. Geplande actieregels worden uitgevoerd volgens een schema. Een lijst van gebeurtenissen en handelingen vindt u in Actieregel.
Om een geactiveerde actieregel toe te voegen:
- Klik op Toevoegen om een nieuwe actieregel te maken.
- Voer een naam voor de actieregel in bij Naam.
- Selecteer Geactiveerd in Regeltype.
- Selecteer Onderbreekbaar of Ononderbreekbaar in Actietype. Onderbreekbare regels zullen andere recent geactiveerde actieregels niet negeren. De recent geactiveerde actieregel wordt uitgevoerd in plaats van de oorspronkelijk geactiveerde actieregel. Ononderbreekbare regels zullen andere actieregels negeren en de uitvoering van de oorspronkelijk geactiveerde actieregel wordt voortgezet tot de actie is voltooid.
- Klik op Volgende om door te gaan.
- Configureer in het venster Gebeurtenis de volgende parameters die gebruikt worden om de actieregel te activeren.
- Gebeurtenisbron: selecteer de gebeurtenisbron om de actieregel te activeren.
- Server: selecteer de server waarop de gebeurtenisbron is aangesloten.
- Apparaat: selecteer het specifieke apparaat om de actieregel te activeren.
- Gebeurtenis: selecteer het gebeurtenistype om de actieregel te activeren.
- Klik op Volgende om door te gaan.
- Configureer in het venster Actie de volgende parameters die gebruikt worden om de actieregel uit te voeren.
- Actie-apparaat: selecteer het actie-apparaattype om de actieregel uit te voeren.
- Server: selecteer de server waarop het actie-apparaat is aangesloten.
- Apparaat: selecteer het specifieke apparaat om de actieregel uit te voeren.
- Actie: selecteer het actietype voor de uit te voeren actie. afhankelijk van de geselecteerde actie zullen extra parameters beschikbaar zijn voor configuratie.
- Klik op Volgende om door te gaan.
- Selecteer de cellen in het rooster in het venster Schema om te bepalen wanneer deze actieregel actief moet zijn. U kunt een hele dag selecteren door op een dag te klikken en een specifieke tijd door op het uur te klikken.
- Klik op Voltooien om de actieregel op te slaan.
Opmerking:
- als bij het maken van nieuwe actieregels een van de apparaten uitgeschakeld is die door de regel wordt gebruikt, wordt de regel opgeslagen als Uitgeschakeld.
- Als een van de apparaten die door de regel wordt gebruikt uitgeschakeld is, kan de regel niet worden ingeschakeld.
- Geactiveerde actieregels met dezelfde actie kunnen herhaaldelijk worden geactiveerd. Bovendien worden de acties Verplaatsen naar vooraf ingestelde positie, Patrouille, Automatisch pannen en Automatisch object volgen (acties die tot de camerabediening behoren) behandeld als hetzelfde actietype.
- Is CMS uitgeschakeld, dan kunt u een opnameserver en de daarop aangesloten apparaten selecteren van Server.
- Externe gebeurtenissen zijn bedoeld voor toepassingen van derden en worden geactiveerd door Web API. Zie het gedeelte Externe gebeurtenis in Surveillance Station Web API voor meer informatie over de configuratie van externe gebeurtenissen.
- Bij het instellen van Onderbreekbare actieregels voor de cameralensbediening (zoals Verplaatsen naar vooraf ingestelde positie, Patrouille, Automatisch pannen en Automatisch object volgen) bij Bewegingsdetectiegebeurtenissen, bestaat het gevaar van een eindloze loop. Wanneer een cameralens wordt aangepast, kan een beweging worden gedetecteerd en een actieregel worden geactiveerd. Is hierbij sprake van een Onderbreekbare actieregel, dan wordt de regel onderbroken en wordt een nieuwe geactiveerde actieregel uitgevoerd. Hierdoor kan een loop ontstaan van onderbreekbare actieregels die eindeloos wordt geactiveerd. Om dit te voorkomen kunt u het Actietype omzetten naar Ononderbroken.
Om een geplande actieregel toe te voegen:
- Klik op Toevoegen om een nieuwe actieregel te maken.
- Voer een naam voor de actieregel in bij Naam.
- Selecteer Gepland in Regeltype.
- Klik op Volgende om door te gaan.
- Configureer in het venster Actie de volgende parameters die gebruikt worden om de actieregel uit te voeren.
- Actie-apparaat: selecteer het actie-apparaattype om de actieregel uit te voeren.
- Server: selecteer de server waarop het actie-apparaat is aangesloten.
- Apparaat: selecteer het specifieke apparaat om de actieregel uit te voeren.
- Actie: selecteer het actietype voor de uit te voeren actie. afhankelijk van de geselecteerde actie zullen extra parameters beschikbaar zijn voor configuratie.
- Klik op Volgende om door te gaan.
- Selecteer de cellen in het rooster in het venster Schema om te bepalen wanneer deze actieregel actief moet zijn. U kunt een hele dag selecteren door op een dag te klikken en een specifieke tijd door op het uur te klikken.
- Klik op Voltooien om de actieregel op te slaan.
Opmerking:
- als bij het maken van nieuwe actieregels een van de apparaten uitgeschakeld is die door de regel wordt gebruikt, wordt de regel opgeslagen als Uitgeschakeld.
- Als een van de apparaten die door de regel wordt gebruikt uitgeschakeld is, kan de regel niet worden ingeschakeld.
- Is CMS uitgeschakeld, dan kunt u een opnameserver en de daarop aangesloten apparaten selecteren van Server.
- Externe gebeurtenissen zijn bedoeld voor toepassingen van derden en worden geactiveerd door Web API. Zie het gedeelte Externe gebeurtenis in Surveillance Station Web API voor meer informatie over de configuratie van externe gebeurtenissen.
- Opname starten is niet beschikbaar voor geplande actieregels. Ga naar IP-camera > Opname-instellingen > Schema om een geplande opname in te stellen.
Om een actieregel te bewerken:
- Selecteer een actieregel in de lijst en klik op Bewerken.
- Wijzig de instellingen in een van de tabbladen Regelinformatie, Gebeurtenis, Actie en Schema.
- Klik op OK om uw wijzigingen op te slaan.
Om een actieregel in/uit te schakelen:
- Selecteer een actieregel in de lijst.
- Klik in het vervolgkeuzemenu Inschakelen op Inschakelen om de geselecteerde actieregel in te schakelen of op Uitschakelen om de geselecteerde actie uit te schakelen.
Om een actieregel te verwijderen:
- selecteer een actieregel uit de lijst en klik op Verwijderen om de geselecteerde actieregel te verwijderen.
- Er verschijnt een bevestigingsvenster. Klik op Ja om door te gaan.
Actieregelstatus
Surveillance Station toont twee unieke statussen voor actieregels wanneer de actieregels niet correct werken.
- Uitgeschakeld: de actieregel wordt niet uitgevoerd. De actieregels worden uitgeschakeld wanneer een van de gebruikte apparaten uitgeschakeld is of de gebruiker handmatig de actieregel uitschakelt.
- Ongeldig: de actieregel wordt niet uitgevoerd. deze status toont dat er misschien fouten zijn. In deze status kunnen actieregels niet worden in- of uitgeschakeld, maar alleen worden bewerkt of verwijderd.
Actieregelprioriteit
- Geactiveerde regels hebben een hogere prioriteit dan geplande regels.
- Handelingen van gebruikers in Liveweergave hebben een hogere prioriteit dan actieregels.
- Als een gebruiker een handeling in Liveweergave uitvoert die identiek is aan de actieregel die momenteel wordt uitgevoerd, wordt de actieregel onderbroken.
- Geactiveerde actieregels worden genegeerd indien geactiveerd door handelingen van gebruikers in Liveweergave.
Opmerking:
- met uitzondering van PTZ-bewerkingen die in Patrouille worden uitgevoerd. De uitvoeringstijd voor PTZ-bewerkingen bedraagt 10 seconden.
Apparaatstatuswijzigingen
Hier beschrijven we het verschillende actieregelgedrag bij wijzigingen van de apparaatstatus.
- Wanneer een apparaat in gebruik wordt verwijderd in Surveillance Station:
- de actieregel wordt verwijderd wanneer het apparaat is gebruikt voor de configuratie van een gebeurtenis.
- De status van de actieregel wordt gewijzigd naar Ongeldig als het apparaat is gebruikt voor de configuratie van een gebeurtenis.
- Als een gebruikte vooraf ingestelde positie/patrouillepatroon/audiopatroon wordt verwijderd, zal de status van de actieregel wijzigen naar Ongeldig.
- Wanneer het cameramodel wordt gewijzigd, zal de status van bepaalde actieregels die het nieuwe cameramodel gebruiken, wijzigen naar Ongeldig omdat de cameracapaciteit kan afwijken. Dit gedrag is van toepassing voor de volgende gebeurtenis- en actietypes:
- Gebeurtenis: Alarm gedetecteerd, Audio gedetecteerd, Kwaadwillende handelingen gedetecteerd
- Actie: Verplaatsen naar vooraf ingestelde positie, Patrouille, Automatisch pannen, Automatisch object volgen, Audio-uitgang, Digitale uitvoer
- Als een actieregel normaal werkt, d.w.z. de status staat niet op Uitgeschakeld of Ongeldig, en de gebruikte gebeurtenis of actie staat niet op Inschakelen of Uitschakelen:
- zal bij in- of uitschakelen van een gebruikte camera/deur/toegangscontroller ook de bijhorende actieregel in- of uitgeschakeld worden;
- zal bij uitschakeling van een gebruikte opnameserver de bijbehorende actieregelstatus wijzigen naar Ongeldig;
- zal bij inschakeling van een opnameserver de bijbehorende actieregelstatus wijzigen naar normaal.
- Nadat een actieregel door een gebruiker is uitgeschakeld:
- zal de actieregelstatus niet wijzigen als het desbetreffende apparaat wordt ingeschakeld of uitgeschakeld;
- zal bij uitschakeling van een opnameserver de actieregelstatus wijzigen naar Ongeldig;
- zal bij inschakeling van een opnameserver de actieregelstatus wijzigen naar Uitgeschakeld.