Geavanceerd

U kunt selecteren door welke gebeurtenistypes Surveillance Station wordt geactiveerd om meldingsberichten te verzenden via een service (e-mail, sms of mobiel) en meldingsschema's configureren.

De meldingsgebeurtenissen worden opgedeeld in twee zes categorieën:

Elk type gebeurtenis heeft zijn eigen standaard meldingsbericht, maar u kunt eigen meldingsberichten maken. De standaard systeemberichten kunnen op elk moment worden teruggezet.

Om het meldingsservicetype en schema voor meldingsgebeurtenissen in te stellen:

  1. selecteer een meldingsgebeurtenisgroep in het linkerpaneel.
  2. Selecteer een meldingsgebeurtenis in het rechterpaneel en klik op Bewerken > Bewerken.
  3. Selecteer in het tabblad Instellingen welke services u meldingen wilt ontvangen voor deze gebeurtenis door het desbetreffende selectievakje naast E-mail, sms of Mobiel in te schakelen.
  4. Bepaalde meldingsgebeurtenissen tonen ook een schema waarin u kunt aangeven wanneer meldingen mogen worden verzonden. Gebruik het schemarooster om te bepalen wanneer meldingen mogen worden verzonden.
  5. Klik op Toepassen om uw wijzigingen op te slaan.
  6. Klik op Sluiten om te voltooien.

Om meldingsberichten aan te passen:

  1. selecteer een meldingsgebeurtenisgroep in het linkerpaneel.
  2. Selecteer een meldingsgebeurtenis in het rechterpaneel en klik op Bewerken > Bewerken.
  3. In het tabblad Geavanceerd kunt u het meldingsbericht aanpassen. Voer rechtstreeks het nieuwe onderwerp en de berichtinhoud in bij Onderwerp en Inhoud.
  4. Klik op Toepassen om uw wijzigingen op te slaan.
  5. Klik op Sluiten om te voltooien.

Om standaardmeldingsberichten terug te zetten:

  1. selecteer een meldingsgebeurtenisgroep in het linkerpaneel.
  2. Selecteer een meldingsgebeurtenis in het rechterpaneel en klik op Bewerken > Bewerken.
  3. Klik in het tabblad Geavanceerd op Standaardinstellingen terugzetten. Het onderwerp en de berichtinhoud wordt teruggezet naar de originele tekst.
  4. Klik op Toepassen om uw wijzigingen op te slaan.
  5. Klik op Sluiten om te voltooien.

Opmerking:

Om meldingsgebeurtenissen in batch te bewerken:

  1. selecteer een meldingsgebeurtenisgroep in het linkerpaneel.
  2. Klik op Bewerken > Batch-bewerken om de Wizard Meldingen batch-bewerken te openen.
  3. Volg de wizardinstructies om batch-bewerken te voltooien. U kunt meldingsservicetypes instellen, bepalen naar welk systeemcomponent (bv. deur en camera) meldingen worden verzonden en meldingsschema's wijzigen.